(vervolg Pieter Mellema )....
Weinig bekend is dat Goethe evenals Da Vinci beschouwd kan worden als Homo Universalis, de universele mens. Dit komt omdat zijn wetenschappelijke bijdragen tot nu toe in ons huidig wetenschappelijk paradigma moeilijk zijn uit te leggen omdat hij niet dacht in Axioma’s maar in Fenomenen. Alleen kunstenaars kunnen er iets mee, zo lijkt het.

Vanuit de Geesteswetenschap is het echter mogelijk, en wel degelijk gebaseerd op waarnemingen als feit, niet op basis van ‘geloof’ een brug te slaan tussen onze huidige wetenschappelijke opvattingen over de relatie tussen licht en kleur en die van Goethe, waaruit vooral in de toekomst zal blijken dat men toch minimaal een groot vraagteken moet zetten bij de idee dat één straal wit licht als een mechanische waaier zou kunnen uitklappen in zeven (of nog veel meer zoals men tegenwoordig denkt)kleuren, wat Goethe’s voornaamste bezwaar was tegen de in zijn tijd opgang makende theorie van Newton’s Optica.

NB. Wie de beschikking over een prisma heeft, of tijdelijk zijn oude verrekijker van prisma’s wil of kan ontdoen, wordt verzocht deze mee te nemen. Dat zal het plezier in de lezing aanmerkelijk kunnen vergroten voor alle aanwezigen.